Stamreeks Sneijder
Generatie I
Jan Sneijder, geb. te Den Helder op 3 apr 1895, vetsmelter, koopman in huishoudelijke artikelen, ovl. te 's-Gravenhage op 6 feb 1963, begr. te 's-Gravenhage (Begraafplaats Nieuw Eijckenduinen), tr. te 's-Gravenhage op 16 jul 1919 met Gerritje de Boer, dr. van Gatze de Boer en Grietje (Geertje) Boukes, geb. te 's-Gravenhage op 26 sep 1898, ovl. te Voorburg op 24 mrt 1965.
Generatie II
Lambertus Sneijder, geb. te Deventer op 1 jul 1861 ((als Lambertus Westhuis, "erkend voor het hunne en alzoo gewettigd" op 3 juni 1865 door het huwelijk van zijn ouders)), korporaal bij het korps mariniers, Hellevoetsluis, 's-Gravenhage, ovl. te 's-Gravenhage op 4 mrt 1902, tr. te 's-Gravenhage op 6 feb 1889 met
Harmina Catharina Josephina Geerlings, dr. van Jan Geerlings en Maria Magdalena de Force, geb. te Zutphen op 9 mei 1862, werkvrouw, ovl. te 's-Gravenhage op 7 mei 1938, tr.(1) met Johannes Arnoldus Stenger.
Harmina Catharina Josephina Geerlings was eerste op 22 november 1882 te's-Gravenhage getrouwd met Johannes Arnoldus Stenger. Echter op 26 maart 1888 is dit huwelijk door de Arrondissemenstrechtbank te Rotterdam ontbonden vanwege overspel van haar echtgenoot Johannes Arnoldus Stenger.
Generatie III
Hendrik Jacobus Sneijder, geb. te 's-Gravenhage op 16 jun 1822, schoenmaker, Ommerschans, Twello, Deventer, 's-Gravenhage, ovl. te 's-Gravenhage op 21 jan 1874, tr. te Voorst op 3 jun 1865 met
Hendrika Johanna Westhuis, dr. van Lambert Westhuis en Fenneken van den Berg, geb. te Deventer op 13 nov 1834, ovl. te 's-Gravenhage op 14 sep 1884.
Generatie IV
Joannes Henricus Sneijder, ged. te 's-Gravenhage (r.k.kerk in de Oude Molstraat) op 10 sep 1797 (getuigen: Joannes Sneijder en Antonia Heijsterman), fuselier 4e comp. 1e bat. der 3e afd. infanterie, kleermaker, juwelier, arbeider, ovl. te 's-Gravenhage op 10 nov 1870, tr. (2) te 's-Gravenhage op 4 okt 1837 met Petronella Barnhoorn, dr. van Hendrik Janse Barnhoorn en Marijtje Harmes Baltes, geb. te Heemskerk op 21 aug 1801 ((volgens het Bevolkingsregister van 's-Gravenhage)), dienstbode,
tr. (1) te 's-Gravenhage op 27 feb 1822 met
Hendrica Kerchner, dr. van Jacobus Kerchner en Cecilia Scheltema, geb. te 's-Gravenhage op 27 aug 1801, ged. te 's-Gravenhage (r.k.kerk in de Assendelftstraat) op 28 aug 1801 (getuige: Hendrica van Zon), ovl. te 's-Gravenhage op 16 apr 1837.
Generatie V
Hendrik Sneijder, ged. Luthers te Ohmes, Hessen [Duitsland] op 16 apr 1764 ((als Heinrich Schneider)), arbeider, boerenarbeider, kolonist, 's-Gravenhage, in de Kolonie Frederiksoord, ovl. te Vledder in de Kolonie I, Frederiksoord op 26 aug 1833, otr. te 's-Gravenhage op 29 apr 1798, tr. te 's-Gravenhage (Stadhuis) op 13 mei 1798 met
Maria van Swanenburg, dr. van Antonie Swanenburg en Pieternella Broekhoven, ged. te 's-Gravenhage (Grote Kerk) op 22 mei 1774 (getuige: Cornelia van Swanenburgh), koloniste, spinster, ovl. te Veenhuizen op 24 apr 1849.
Volgens zijn huwelijksinschrijving was Hendrik Schneider j.m. van Ommes in 't Kheur Mentz, volgens zijn overlijdensakte zou hij geboren zijn in Oomes (Duitsland) op 15 april 1761. Een andere bron noemt als geboortedatum 16 april 1774. Maar met de geboorteplaats wordt in ieder geval bedoeld het plaatsje Ohmes (Hessen) in het Kurfürstentum Mainz (Kur-Mainz).
In het plaatsje Ohmes wordt op 16 april 1764 ene Heinrich Schneider gedoopt als zoon van Adam Schneider & Christine Blumenauer. Gezien de vernoemingen van zijn kinderen, Hendrik Sneijder heeft een zoon Adam en een dochter Christina, moet Heinrich Schneider, ondanks de verwarrende geboortejaren, identiek zijn met Hendrik Sneijder.
Hendrik Sneijder is met zijn vrouw en drie kinderen (Hendrik, Christina en Adam) op 8 maart 1821 vanuit 's-Gravenhage in de kolonie I (Frederiksoord) te Vledder van de Maatschappij van Weldadigheid geplaatst. De twee vrouwen zijn protestant en de drie mannen zijn katholiek.
De Maatschappij van Weldadigheid werd in 1818 opgericht op initiatief van generaal Johannes van den Bosch, daarbij gesteund door Koning Willem I. Na de Franse overheersing, oorlogen en blokkades, kende men in Nederland tijden van grote armoede en verpaupering. Het was de sociaal bewogen Johannes van den Bosch, die het plan had opgevat gezinnen, die door slechte omstandigheden waren getroffen, op te vangen en te begeleiden en zo de kans te geven een beter bestaan op te bouwen.
In 1818 werd de eerste kolonie Frederiksoord gesticht, al spoedig gevolgd door de koloniën Willemsoord, Wilhelminaoord en Boschoord (1820). In totaal zijn in de koloniedorpen 430 koloniehuisjes gebouwd. Ook werden fabrieken, scholen en kerken gebouwd. Overal uit het land werden gezinnen naar de koloniën opgezonden en in voor die tijd ruime en goede woningen ondergebracht. Onder leiding van personeel van de Maatschappij van Weldadigheid werden de gronden in cultuur gebracht. De bedoeling was dat men zich uiteindelijk kon opwerken tot vrijboer. Als men deze status had bereikt, betekende dit dat men zelfstandig de boerderij kon beheren.
Onderwijs was binnen de Maatschappij al in 1819 verplicht voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Daarna was men verplicht nog enige jaren avondonderwijs te volgen. Ten behoeve van de kolonisten zijn in de loop der jaren kerken gebouwd. In de beginperiode was de kerkgang zelfs verplicht en hierop werd streng gecontroleerd. Ging men niet naar de kerk, dan werd dat met een boete bestraft. De medische zorg voor de kolonisten werd opgedragen aan een door de Maatschappij aangestelde geneesheer. In 1827 werd een ziekenfonds opgericht en kolonisten betaalden een halve cent contributie en hadden daarmede recht op medische verzorging. Tot 1860 kende men binnen de Maatschappij een eigen munteenheid. Met deze koloniemunt kon men in de koloniewinkels alles kopen behalve sterke drank. Drankmisbruik had er toe geleid dat het gebruik van sterke drank voor de gehele kolonie verboden was.
In 1823 werd gestart met de opvang van bedelaars, landlopers, vondelingen en weeskinderen. Daartoe werden in Ommerschans en Veenhuizen grote gestichten gebouwd. De zogenaamde strafkoloniën. In 1859 worden de strafkoloniën aan de staat overgedragen. Land- en bosbouw krijgen vanaf die tijd veel aandachtIn de loop der tijd kwamen er meerdere Vrije Koloniën. De eerste Vrije Kolonie was Frederiksoord, gesticht in 1818 op het in dat jaar door de Maatschappij aangekochte landgoed Westerbeeksloot in de Drentse gemeente Vledder. Deze kolonie werd Frederiksoord genoemd naar prins Frederik en administratief aangeduid als Kolonie nr. I en II.
Hendrik Sneijder is dus kolonist in Frederiksoord op hoeve nr. 19. Hij ontvangt in 1821 een koperen medaille wegens goed gedrag en arbeidzaamheid, is in dat zelfde jaar 1821 een bedrag schuldig op het jaarlijkse verschuldigde bedrag voor o.m. de huur en ondertekend in 1824 een verzoekschrift m.b.t. de kerk. Hij overlijdt in 1833 in de kolonie.
Zijn vrouw, Maria (van) Swanenburg, is spinster en wordt na het huwelijk van dochter Christina met Cornelis van den Bosch in 1836, bij het gezin van haar schoonzoon ingedeeld. Dit gezin woonde van 1848 tot 1859 te Veenhuizen. Maria overlijdt daar in 1849. Zij zou volgens haar overlijdensakte geboren zijn te 's-Gravenhage op 29 mei 1779 (dat zou dan kloppen met haar leeftijd in de geboorteakte van zoon Adam in 1817, t.w. 38 jaar), echter een doop in het jaar 1779 is niet te vinden in 's-Gravenhage, wel op 22 mei 1774.
Generatie VI
Adam Schneider, ged. Luthers te Ohmes op 29 okt 1739, ovl. te Ohmes op 30 sep 1812, tr. (2) te Ohmes op 8 jan 1778 met Maria Gertrud Decher, geb. circa 1748, ovl. te Ohmes op 12 mrt 1781,
tr. (3) te Ohmes op 29 mei 1781 met Anna Martha Balzer, ged. te Momberg op 11 jan 1739, ovl. te Ohmes op 18 jan 1799,
tr. (1) te Ohmes op 10 okt 1763 met
Christine Blumenauer, geb. te Merzhausen [Duitsland] circa 1737, ovl. te Ohmes op 12 okt 1777.
Generatie VII
Caspar Schneider, geb. circa 1705, ovl. te Ohmes op 19 apr 1786, tr. (2) te Ohmes op 26 aug 1755 met Anna Kunigunde Schaaf, geb. te Obergleen circa 1723, ovl. te Ohmes op 27 apr 1773,
tr. (1) in 1732 met
Maria Catharina N.N., geb. circa 1709, ovl. te Ohmes op 25 mei 1751.