Stamreeks Sebel
Generatie I
Catharina Hendrika Sebel, geb. te Zoetermeer op 6 apr 1911, ovl. te Rijswijk op 19 mrt 1998, gecr. te 's-Gravenhage op 21 mrt 1998, tr. te Zoetermeer op 3 mei 1934 met Marinus Bernardinus Smits, zn. van Joannes Petrus Smits en Ardina van Heeswijk, geb. te Oss op 23 mrt 1908, tuinarbeider, ovl. te Voorburg op 7 apr 1995.
Marinus Bernardinus was tussen 1923 en 1927 dienstknecht te Oijen. In 1931 vertrok hij van Oss naar Pijnacker. Hij kwam in 1933 te Rijswijk vanuit Delft.
Het echtpaar woonde te Rijswijk, eerst Haantje 13A, vervolgens Jaagpad 37 (vanaf 15-2-1937), Schoolstraat 35 (vanaf 8-1-1935), Schoolstraat 45 (vanaf 9-7-1935) en Schoolstraat 27 (vanaf 6-9-1937).
Generatie II
Jacobus Sebel, geb. te Zoetermeer op 30 dec 1881, graanhandelaarsknecht, opperman, grondwerker, metselaar, wonend te Zoetermeer aan de Leidse Wallen, ovl. te Voorburg op 23 dec 1959, tr. te Zoetermeer op 1 jul 1910 met
Elisabeth Henneken, dr. van Cornelis Henneken en Anna Catharina Schenkels, geb. te Zoetermeer op 5 jun 1884, ovl. te Rijswijk op 3 mei 1951.
Het gezin woonde Dorp 66c en A140 te Zegwaart en Leidschewallen 28c en 34c te Zoetermeer en verhuisde in 1939 naar Rijswijk (Tuinstraat 8, Schoolstraat 27 en Plataanstraat 4).
Generatie III
Wilhelmus Cornelis Sebel, geb. te Stompwijk op 1 jul 1849, arbeider, boerenarbeider, Zoetermeer, Zegwaart, ovl. te Zoetermeer op 22 jul 1936, tr. (2) te Delft op 7 feb 1906 met Hendrica Martina Kippersluis, dr. van Pieter Kippersluis en Heintje van der Sluis, geb. te Zoetermeer op 6 apr 1847, ovl. te Zegwaart op 27 mrt 1915, begr. te Zoetermeer op 29 mrt 1915, (Hendrica Martina tr. (1) te Zegwaart op 29 jan 1864 met Leonardus van Stijn.), (Hendrica Martina tr. (2) te Zegwaart op 9 sep 1882 met Bernardus Jansen.).
Hendrica Kippersluis kwam in 1906 van Delft naar Zegwaart,
tr. (1) te Zoetermeer op 17 aug 1877 met
Catharina van der Lubbe, dr. van Jacobus van der Lubbe en Petronella van Steijn, geb. te Voorhout op 20 jun 1856, ovl. te Zegwaart op 20 sep 1904.
Het gezin woonde Voorweg 20a en ZW 25b en 26 te Zoetermeer.
Generatie IV
Johannes Sebel, geb. te Nootdorp op 26 mei 1817, arbeider, Stompwijk, ovl. te Stompwijk op 6 jan 1892, tr. (2) te Stompwijk op 11 feb 1876 met Anna (Johanna) de Haas, dr. van Hannes de Haas en Marijtje Bakker, geb. te Hazerswoude op 2 apr 1818, ovl. te Stompwijk op 5 okt 1885, (Anna (Johanna) tr.(1) met Antonius Zandvliet.).
Johannes Sebel komt in 1819 (met zijn ouders) in Stompwijk wonen. Na zijn huwelijk woont hij achteréénvolgens huis 86a, D67, D62 en D74 aldaar,
tr. (1) te Zoeterwoude op 8 mei 1846 met
Maria (Maartje) Houniet, dr. van Leonardus (Leendert) Houniet en Wilhelmina (Willemijntje) Kniest, geb. te Zoeterwoude op 16 okt 1815, ovl. te Stompwijk op 29 aug 1866.
Maria Houniet vertrekt in 1830 van Zoeterwoude naar Stompwijk. In haar overlijdensakte wordt per abuis de geboorteplaats en -datum van haar echtgenoot vermeld.
Generatie V
Cornelis Sebel, ged. rooms katholiek te Pijnacker op 8 jan 1771 (getuigen: Cornelis Pieters Kouwenhoven en Neeltje Gerrits Groeneweg), kastelein te Nootdorp, arbeider te Stompwijk, ovl. te Stompwijk op 16 mei 1832, otr. te Hoogeveen, bij Nootdorp, gerechtelijk op 13 apr 1811 met
Jannetje (Johanna) Mens, dr. van Cornelis Mens en Cornelia Dirkse Langerak, ged. rooms katholiek te Stompwijk op 28 aug 1783 (getuigen: Hillebrand Langerak en Anna Langerak), ovl. te Stompwijk op 23 jun 1869.
Jannetje Mens kwam in 1819 vanuit Nootdorp naar Stompwijk.
Generatie VI
Arie Jansz Sebel, geb. circa 1745, veenman, ovl. te Pijnacker (aangiftedatum,pro deo aangegeven door Simon van Winden) op 17 mrt 1800, begr. te Pijnacker op 19 mrt 1800 ("is ten laste van den Roomsche armen van Pijnacker begraven"), otr. te Pijnacker op 9 jan 1767, tr. te Nootdorp op 25 jan 1767, kerk.huw. (rooms katholiek) met
Maria Cornelisse Kouwenhoven, dr. van Cornelis Pietersz Kouwenhoven en Neeltje Gerrits Groenewech, ged. rooms katholiek te Nootdorp op 2 jun 1749, begr. te Pijnacker op 7 apr 1789.
Arij Jansz Sebel krijgt in 1766 als nog minderjarige uit de erfenis van zijn moeder 1 morgen 1 hond gebroken land of water aan de Leede in de Zuidpolder van Hof van Delft. Hij koopt in 1771 een huis aan de Leede in de polder van Berkel. Samen met zijn broer Cornelis koopt hij in 1772 twee percelen land, groot resp. 5 hond en 2 morgen, 3 hond, beide aan de Leede in de polder van Hof van Delft. In 1775 koopt hij een turfschip, dat aan de Leede lag (Bron: Stamreeks Sebel (Kronieken Prometheus, 9e jaargang 2000 nr. 3)). Als Arij Sebel en Maria Kouwenhoven op 9 januari 1767 hun huwelijk aangeven te Pijnacker (recht f 3) is Arij Sebel j.m. alhier en Maria Kouwenhoven j.d. van Vrijenban. Hun huwelijk werd op dezelfde dag ook aangegeven te Hof van Delft. Het echtpaar testeert op 20 januari 1780.
Generatie VII
Jan Ariens Sebel, wonend te Pijnacker op de Leede, afkomstig uit Pijnacker, begr. te Pijnacker op 31 jul 1759, tr. te Pijnacker op 16 sep 1738 (voor schout en schepenen) met
Cornelia Ariens Reijneveen, dr. van Arij (Arnoldus) Cornelis Reijneveen en Maria Pieters van der Chijs, geb. te Nootdorp, Pijnacker, begr. te Pijnacker op 25 sep 1765, tr. (2) te Pijnacker, gerechtelijk op 12 apr 1761 met Jan Davids van Eyk, (Jan Davids tr.(1) met Lysbeth Janse Koolen.).
Not. Archief Delft 2965, f. 61, dd. 1 juni 1761: testament van Jan Davids van Eijck en Cornelia Arijens Reijneveen, echtelieden, wonend te Pijnacker. Haar erfgenamen: haar man, en haar voorkinderen Arij Jans Cebel en Cornelis Cebel, verwekt door Jan Ariens Cebel (N.A. Delft, inv.nr. 2965, fol. 61 dd. 1 juni 1761) (Bron: Dhr. J. Heemskerk, Irenelaan 47, 2712 CD Zoetermeer (brief dd. 24-11-1997)).
Generatie VIII
Arij Lucasz Sebel, ged. rooms katholiek te Stompwijk op 17 feb 1679 (getuigen: Pieter Ariensz en Beatrix Abrahamsdr), Stompwijk, Berkel, Pijnacker, begr. te Pijnacker op 3 dec 1726, tr. te Stompwijk, gerechtelijk op 29 jan 1708 met
Jannetje Arenden Overmeer, dr. van Arent Dircks Overmeer en Grietje Henricxdr Visser, ged. rooms katholiek te Stompwijk op 21 jan 1677, ovl. te Pijnacker op 12 nov 1751 (door haar zoon Jan Ariensz Sebel), begr. te Pijnacker op 15 nov 1751.
In 1715 koopt Arij Sebel een perceel Veenland op de Leede onder Pijnacker, groot 1 morgen en 36 roeden (G.A. Delft: R.A. Pijnacker, inv.nr. 128, fol. 200 dd 7 mei 1715).
Op 8 mei 1720 kopen Arij Lucas Sebel en Hendrik Arents Overmeer twee percelen veenland te Pijnacker (groot 1 morgen en ruim 66 roeden) gelegen op de Leede die zij op 13 december 1724 kavelen (G.A. Delft: R.A. Pijnacker, inv.nr. 129, fol. 131v dd. 8 mei 1720, fol. 264v dd. 13 december 1724).
Op 11 mei 1740 is zijn weduwe borg voor Jan Ariens Sebel (hun zoon) bij de aankoop van onroerend goed te Pijnacker (G.A. Delft: R.A. Pijnacker, inv.nr. 132, fol. 165 dd 11 mei 1740) (Bron: Stamreeks Sebel (Kronieken Prometheus, 9e jaargang 2000 nr. 3)).
Generatie IX
Lucas Abrahamsz Sebel, ged. te Wilsveen op 24 sep 1645 (getuigen: Leendert Pietersz, Arien Lucas en Jannitgen Willem Theunen), Stompwijk, ovl. te Bergschenhoek op 29 mrt 1727, tr. te Nieuweveen, gerechtelijk op 19 mei 1670 met
Cornelia Cornelis Veerman, dr. van Cornelis Gerritsz Veerman en Neeltgen Cornelis, afkomstig uit Nieuweveen, ovl. te Stompwijk op 19 feb 1710.
Lucas Abrahamsz Sebel verkoopt in 1686 samen met Merritje Paulus, weduwe van Claes Arentsz Vinck, een partij land in de Starrevaartsepolder (A.R.A.: R.A. Stompwijk inv.nr. 28 fol 24 dd 19 april 1686) (Bron: Stamreeks Sebel (Kronieken Prometheus, 9e jaargang 2000 nr. 3)).
Generatie X
Abraham Arijensz Sebel, geb. circa 1619 ((N.A. Zoetermeer inv.nr. 11 nr. 410 dd 19 juli 1700 (Bron: Stamreeks Sebel (Kronieken Prometheus, 9e jaargang 2000 nr. 3))), ged. te Zoetermeer op 29 sep 1624, Leidschendam, ovl. te Stompwijk op 26 apr 1701 (aangiftedatum), tr. (2) te Leidschendam in 1648 met Neeltje Corsendr, dr. van Cors Maertens en Aeltje Pieters, geb. te Leidschendam tussen 1618 en 1619, weduwe van Abrahams Claesz, ovl. circa 1651.
Abraham Arijens Sebel koopt op 19 mei 1639 van zijn eerste schoonmoeder een huisje met 1 hond land en 2 percelen land (2 morgen 5 hond) aan de Stompwijkseweg in Stompwijk. In 1643 verkoopt hij dit huisje weer voor 700 Car. gulden. In 1647 transporteert hij, als vader van zijn zes kinderen bij zijnoverleden vrouw Gouburch Lucasdr verwerkt, een huis met 15 hond land aan de Stompwijkseweg aan Arij Lucas, oom van de kinderen (Bron: Stamreeks Sebel (Kronieken Prometheus, 9e jaargang 2000 nr. 3)),
tr. (3) te Leidschendam op 22 dec 1652 met Trijntje Jansdr,
tr.(4) met Maertje Maertens, geb. circa 1623, ovl. na 19 jul 1700,
tr. (1) te Stompwijk, gerechtelijk op 24 nov 1638 met
Burchgen Lucasdr, dr. van Lucas Sijmons en Neeltje Adriaensdr (Speer), geb. te Stompwijk in mei 1617 ((R.A. Stompwijk inv.nr. 8 dd 10 februari 1638)), ovl. te Stompwijk in okt 1646.
Generatie XI
Adriaen Symonsz Sebel, wonend te Zoetermeer aan de Groenewech, ovl. tussen 1624 en 1627, tr. met
Ingetgen Adriaensdr, dr. van Adriaen Jacobs Clos en Maertje Claes, geb. tussen 1578 en 1579, ovl. tussen 20 apr 1635 en 9 feb 1636 , tr. (2) te Zoetermeer op 9 mei 1627 met Arien Maertensz van der Ende.
Op 20 april 1635 verkopen de erfgenamen van Adriaen Maertens van der Ende aan hun stiefmoeder Ingetje Adriaens, een huis aan de Groeneweg te Zoetermeer voor 360 gld (Bron: Stamreeks Sebel (Kronieken Prometheus, 9e jaargang 2000 nr. 3)).
Generatie XII
Symon Adriaensz Sebel, wonend te Zoetermeer aan de Groeneweg in het jaar 1553 en in het jaar 1597, ovl. tussen 31 jan 1614 en 6 mrt 1617 , tr. met
Leijntke Theunis, doopgetuige in 1609 bij de doop van een kind van Theunis Symons, ovl. na 13 apr 1611 (en vermoedelijk voor 6 maart 1617).
Symon Adriaensz komt voor in de 10e penning van 1553 en is daarin aangeslagen voor een woning met 5 morgen 4" hond weiland aan de Groeneweg te Zoetermeer. In 1597 in het kohier van de verponding getaxeerd op 80 gld. In 1599 als weerbare man van Rijnland. In 1605 samen met Leentke Teunis, lidmaat te Zoetermeer. In 1607 transporteert hij 2 hond flotterland aan zijn schoonzoon Jan Lenaerts en in 1608 3 hond heel land aan zijn zoon Theunis.In 1611 verkoopt hij zijn woning met schiphuis en enig land in Bovenweg te Zoetermeer aan zijn zoon Adriaen, met de conditie dat hij en zijn vrouw hun leven lang zullen woning in de kamer daar terzijde van staande.
In 1611 verkoopt hij 3 hond land aan zijn zoon Dirck. In 1617 verkopen zijn zoons Anthonis, Jan en Dirck en de voogden van de kinderen van zijn dochter Engeltgen als voor 4/5 zijn erfgenamen 4 hond kwaad land aan hun broer Adriaen, die voor het laatste 1/5 erfgenaam was (Bron: Stamreeks Sebel (Kronieken Prometheus, 9e jaargang 2000 nr. 3)).