Stamreeks Sepers
Stamreeks Sepers

Generatie I

Elizabeth (Bep) Sepers, geb. te Rijswijk op 19 dec 1910, ovl. te Voorburg op 11 mrt 1988, begr. te Rijswijk op 14 mrt 1988, tr. te Wateringen op 12 mei 1938 met Willem (Wim) Beekenkamp, zn. van Abraham Beekenkamp en Cornelia Sepers, geb. te Voorburg op 27 jun 1915, tuinarbeider, gemeentewerkman te Rijswijk, ovl. te Voorburg op 7 apr 1987, begr. te Rijswijk op 10 apr 1987.

Generatie II

Matthijs Sepers, geb. te Hazerswoude op 30 jan 1881, koetsier, groenteboer, melkboer, wonend te Rijswijk tussen 1910 en 1913 van Vredenburchweg 128 (later 63), wonend te Wateringen tussen 1913 en 1957 Heulweg 78 en Herenstraat 8, ovl. te Wateringen op 24 jan 1957, begr. te Wateringen op 28 jan 1957, tr. te Rijswijk op 19 aug 1908 met

Anna Maria Roggeveen, dr. van Alexander Nicolaas Roggeveen en Elizabeth Mighorst, geb. te Overschie op 6 mrt 1883, ovl. te Wateringen op 16 sep 1956, begr. te Wateringen op 19 sep 1956.

Generatie III

Dirk Sepers, geb. te Waarder op 16 okt 1849, arbeider, koopman, wonend te Hazerswoude tussen 1874 en 1883 Westeinde, wonend te Oudshoorn tussen 1883 en 1884, wonend te Rijswijk tussen 1884 en 1920 Torenstraat 57, later 4, ovl. te Rijswijk op 9 jun 1920, tr. (2) te Rijswijk op 26 mrt 1890 met Jannetje van der Kleij, dr. van Jan Coenraad van der Kleij en Petronella van Wageningen, geb. te Nootdorp op 14 jul 1858, wonend te Rijswijk Torenstraat 41, Smidsstraat 21 en Schoolstraat 3, ovl. te Voorburg op 21 mrt 1933,

tr. (1) te Hazerswoude op 22 mei 1874 met

Neeltje Pels, dr. van Joost Pels en Klaartje van der Doos, geb. te Hazerswoude op 20 mrt 1850, ovl. te Rijswijk op 23 mei 1887.

Generatie IV

Matthijs Sepers, geb. te Koudekerk aan de Rijn op 27 mei 1819, bouwman, arbeider, ovl. te Hazerswoude op 1 sep 1887, tr. te Hazerswoude op 10 aug 1849 met

Dirkje Lelieveld, dr. van Cornelia Barte (Lelieveld), geb. te Waarder op 4 jan 1822, boerenmeid, wonend te Hazerswoude tussen 1849 en 1906, woont te Zegwaard vanaf 1906, ovl. te Zegwaard op 14 jan 1909,

Generatie V

Dirk Sepers, geb. te Amstelveen op 23 nov 1777 ((Bron: Bev. Reg. Hazerswoude 1846)), ged. te Amstelveen op 30 nov 1777, bouwman, diaken te Koudekerk a/d Rijn (1816-1818), verhuisd in 1841 van Schipluiden naar Hazerswoude, ovl. te Hazerswoude op 16 mrt 1858, otr. (1) te Rijnsaterwoude op 18 apr 1800 met Pleuntje Maaskant, dr. van Bastiaan Bastiaansz Maaskant en Grietje Jansdr Meijer, ged. te Woubrugge op 8 okt 1773 (getuige: Jannetje Zwanenbeek), ovl. te Koudekerk aan de Rijn op 9 mrt 1813,

tr. (2) te Koudekerk aan de Rijn op 29 okt 1815 met

Neeltje van Diemen, dr. van Adrianus van Diemen en Jannetje van Ginhoven, geb. te Katwijk Binnen op 10 sep 1789, ged. te Katwijk op 13 sep 1789 (getuigen: Jac. van Gorssen (?) en N. v. Diemen), ovl. te Haarlemmermeer op 28 jan 1870 ((ten huize van T. Klaare)).

Generatie VI

Matthijs Sepers, ged. te Leiderdorp op 26 dec 1734 (getuige: Antje Swartendijk), landbouwer, Esselickerwoude, Nieuwer Amstel, ovl. te Nieuwer Amstel, begr. te Amstelveen in graf nr. 107 "Thijs Seepers in de polder" op 19 mei 1780, otr. te Ter Aar op 2 jun 1764 (en ondertrouwd te Rijnsaterwoude op 8 juni 1764) met

Heijltje Jansdr van Nie, dr. van Jan Hendriksz van Nie en Matje Dirks Hogervorst, geb. te Langeraar, ged. te Ter Aar op 11 mrt 1742 (getuige: Grietje Hogervorst), bouwster, ovl. te Nieuwer Amstel op 7 apr 1821, begr. te Amstelveen op 12 apr 1821 in graf nr. 134, tr. (2) te Amstelveen op 29 mei 1789 met Jacob van der Vis, geb. circa 1759, ovl. te Nieuwer Amstel op 24 jan 1817.

Matthijs Sepers woonde na zijn huwelijk te Esselickerwoude (Woubrugge), later is hij landbouwer geworden te Nieuwer Amstel en het ging hem zakelijk niet slecht. Hij overleed in 1780 op nog vrij jonge leeftijd en liet zijn nog geen acht weken zwangere vrouw als weduwe achter met vijf kinderen. Het posthuum geboren zoontje werd naar de overleden vader Matthijs genoemd.
Zijn zoon Dirk Sepers verklaart in 1815 met getuigen bij het aangaan van zijn huwelijk met Neeltje van Diemen dat zijn vader Matthijs Sepers in 1780 te Nieuwer Amstel was overleden en begraven: "De schout en officier van de burgerlijke stand van Nieuwer Amstel certificeerd bij deze, geen bewijs van overlijden, of begraving te kunnen geven, van den persoon van Thijs Seepers in leven echtgenoot van Heijltje van Nie begraven in de gereformeerde kerk te Amstelveen in den jare zeventien honderd tachtig vermits het begraafregister van gemelde jaar onder anderen door de Pruisische troepen in den jare 1787 aldaar verbrand zijn."
.

Op 20 mei 1789 compareert Heijltje van Nie, weduwe Matthijs Sepers, wonende Nieuwer Amstel voor notaris Joh. Klinkhamer te Amsterdam. Verwezen wordt naar het muteel testament van 21 juli 1777 voor dezelfde notaris (toen te Nieuwer Amstel). In verband met het aangaan van een nieuw huwelijk wordt een akte van bewijs opgemaakt. Ieder der zes kinderen krijgt een legitieme portie van f 10,-, tesamen f 60,-. De zes kinderen worden met name genoemd: Grietje (oud 24 jaar), Marretje (oud 23 jaar), Liedia (oud 22 jaar), Antje (oud 17 jaar), Dirk (oud 11 jaar) en Matthijs (oud 8 jaar). Heijltje van Nie wordt geassisteerd door Jan van Nie te Woubrugge en Jacobus Sepers te Hazerswoude, zijnde haar naaste vrienden (N.A. Amsterdam, protocol no. 16252 folio 1020).

(DTB Ter Aar 1, pag. 58) "Thijs Seepers j.m. geboren te Leiderdorp en kerkelijk wonende onder Rijnsaterwoude en Hijltie van Nie geboren en wonende te Langeraar"; in de kantlijn staat: "2 Junij 1e voorstel 3e voorstel getrouwt".
(DTB Rijnsaterwoude 1, pag. 171) "Den 8 junij (1764) sijn bij mij in wettige ondertrouw opgenomen Thijs Seepers j.m. geboren van Lijderdorp wonende onder Esselijckerwoude en Heijltje van Nie j.d. geboren en wonende te Langeraar"
.

Generatie VII

Dirk Sepers, ged. te Heerewaarden op 6 mrt 1707, dagloner, Leiderdorp, Rijnsaterwoude, Woubrugge, ovl. te Woubrugge aangegeven door Jacobus Seepers in de classis van pro deo op 6 mrt 1769, begr. te Rijnsaterwoude op 7 mrt 1769, relatie(2) met Antje Egberse de Vries.

Dirk Sepers trekt omstreeks 1730 van Heerewaarden naar het westen. Hij had het niet breed en verhuisde nogal eens. Via Rijnsaterwoude kwam hij in Woubrugge terecht, waar hij als daggelder en onvermogend te boek stond. Hij is de stamvader van de Rijnlandse tak van de familie Sepers,

otr. (1) te Leiderdorp op 23 mei 1732 met

Grietje Tijsdr Hogeveen, dr. van Matthijs Gijsbertsz Hogeveen en Annigje Geerlofs Swartendijk, ged. te Zwammerdam op 11 okt 1705 (getuige: Krijntie Geerlofs Swartendijk), wonend te Leiderdorp in 1732, ovl. te Woubrugge aangegeven "Dirk Seepers aangebragt 't lijk van zijn huijsvrouw Grietje Thijssen onder 't classis van pro deo" op 26 dec 1764, begr. te Rijnsaterwoude op 27 dec 1764.

Grietje Tijsdr Hogeveen brengt de voornaam Matthijs in de familie Sepers, een voornaam die tot aan vandaag de dag nog veel gebruikt wordt binnen de familie.

Generatie VIII

Robbert Sebers, ged. ned.ger. te Lith op 24 feb 1669, schoenmaker, Amsterdam, Heerewaarden, doopgetuige te Heerewaarden op 16 jan 1701 bij de doop van van zijn neefje Reinier Kock, ovl. in 1714, otr. (1) te Amsterdam op 24 jun 1695 (en ondertrouwd te Lith op 29 juli 1695(Bron: Arnold Romeijnders via het WGA-ne)) met Cornelia Blackert, afkomstig uit Middelburg, ovl. tussen 1702 en 1704.

Robbert Sepers wordt in de Lithse archieven tot 1701 als Sebers vermeld, ook bij zijn huwelijk in Amsterdam. In de bronnen van de Betuwe echter vanaf 1695 steeds als Sepers.
Robbert Sepers gaat naar Amsterdam. Hij trouwt daar in 1695 met een meisje uit Middelburg, hij is dan schoenmaker van beroep. Hij is niet lang in Amsterdam gebleven want in 1697 wordt zijn oudste zoon geboren in Heerewaarden, het geboortedorp van zijn moeder Geurtien Robben, schuin tegenover Lith aan de Maas in de Betuwe gelegen.
(Bron: H.M. Kuypers, Jacob v. Heemskercklaan 20, 2253 KJ Voorschoten)
.

Op 24 juni 1695 gaan Robbert Sebers, van Lit, schoenmaeker, oud 26 jaar, wonend op de vleugel van de Antonissluys, ouders doot, geass. met Cornelis Koningh, en Cornelia Blaakert, van Middelburgh, oud 28 jr, op de N.Z. Agterburghwal, ouders doot, geass. met haer broeder Abram Blaakert, te Amsterdam in ondertrouw. Er werd hen acte verleend op 11-7-1695 naar Lit,

otr. (2) te Ophemert op 11 okt 1704, tr. te Ophemert op 6 nov 1704 ((attestatie om te trouwen te Ophemert, afgegeven door Heerewaarden)) met

Geertruyt Dircks de Guilicker, dr. van Dirk Jans de Guilicker, Heerewaarden, afkomstig uit Ophemert, ovl. te Heerewaarden op 10 jul 1755, begr. te Heerewaarden op 15 jul 1755, otr. (2) te Heerewaarden op 22 dec 1714, tr. te Heerewaarden op 6 jan 1715 met Gerrit van Meurs, afkomstig uit Bommel.

Bij hun huwelijk was Robbert Sepers, wed.r van Cornelia Blaekhert, won.de tot Heerewaarde, en Geertruijd Dirxs de Gulijker j.d. van Ophemert, ook woonagtigh tot Heerewaarde.

Generatie IX

Reynder Jansz Sebers, geb. circa 1621, president schepen en armmeester te Lith, ovl. voor 3 nov 1684, tr. (1) circa 1643 met Maiken Gerrits.

Reynder Jansz Sebers moet rond 1621 geboren zijn want op 5 januari 1654 is hij "out omtrent 32 jaer" als hij een getuigenis aflegt als "nabuer en inwoonder van Lith". Hij is de man in de familie die rond 1648 het katholicisme de rug toekeerde en zich aansloot bij de Nederduitse Gereformeerde Kerk. Lith was namenlijk tot aan de vrede van Munster in 1648 een bezitting van de bisschop van Luik. Tot die tijd waren de inwoners van Lith vrijwel uitsluitend Rooms-katholiek en gen aldaar de vrije uitoefening van hun godsdienst. In 1648 ontstond er een geschil tussen de bisschop van Luik en de Staten der Verenigde Nederlanden over de souvereiniteit van Lith, dat ten gunste van de Nederlanden werd beslist, waarna de katholieken hun parochiekerk werd ontnomen. In 1649 kwam de eerste predikant naar Lith en vanaf die tijd is de familie Sebers c.q. Sepers aanwijsbaar protestant. Waarschijnlijk zijn zij in deze jaren overgegaan tot het Protestantisme omdat Reynder Jansz Sebers zijn eerste drie kinderen tot in 1647 nog Rooms-Katholiek liet dopen, maar daarna zijn overige negen kinderen Nederduits Gereformeerd (de huidige Ned.Herv. Kerk).
Reijndert Janssen was schepen van Lith van 6-1-1655 tot 1661, 1666-1668 en 1674-1677, president-schepen in 1668-1669, 1674 en 1676-1677 en armmeester in 1676 en 1681. Hij was niet onbemiddeld en behoorde dus meer dan 20 jaar lang tot de bestuurders van het dorp. Hij kon ook schrijven en ondertekende als Reynder Janssen (Bron: H.M. Kuypers, Jacob v. Heemskercklaan 20, 2253 KJ Voorschoten)
.

Op 3-8-1649 (R.A. Lith nr 61) transp. de kinderen van Jan Jacobsz van Nulant aan Reynder, soone van Jan Jan Sebertsz, een huys, erve, hoff met alle sijn rechten, gel. binnen de heerl. Lith, ter plaetse genaemt aen de Vrouwestraet tussen erven boven naest Gerart Willems en beneden naest Gerart Jansz Coppelaer, str.de van de gemeene straet op tot de erve van Peter Jansz van de Weerdt.
Op 5-1-1654 (R.A. Lith nr 62) getuygen Jan Willemsz Bock, out omtrent 61 jr, en Reijndert Jansen, out omtrent 32 jr, naeburen en inwoonderen der heerl. Lith, ten verz. van de mombers van Hanrick Ywens v.d. Pol (.).
Op 28-5-1657 (dito) draagt Reyndert Janse, onse mede schepen, op aan Jurian Sondagh, scholtes, een renthe van 10 gld 't jaer, gevestigd op een huys, erff en hoff gel. in de heerl. Lith, ter plaetse gen.t de Vrouwestraet, boven naest Gerit Willemsz en beneden naest Jan Geritsz Potuijt, str.de van de gemeene straet tot op de erve van Peter Janse van de Werdt en is gecondit, dat Reyndert Janse de vsz. rente mag lossen met de 8e van 175 gld. In de marge: dese rente is gelost door Reyndert Janse op 5-1-1668
,

otr. (2) te Lith op 16 mei 1666 (en ondertrouwd te Heerewaarden op 6 mei 1666), tr. te Heerewaarden op 20 mei 1666 met

Geurtien Robben, dr. van Rob Thonisz en Grietgen, geb. te Heerewaarden, ovl. tussen 10 jun 1695 en 24 jun 1695 .

Bij hun ondertrouw was Reyndert Jansz wed.r tot Lith en Geurtien Robben van Herwaerde. Zij kregen attestatie naar Lith.
Op 27-5-1667 (R.A. Lith nr 65) transp. Anthony Ariens van Lenth aan Reyndert Janse, onse mede schepen, een huys, erff en hoff gel. binnen de heerl. Lith, ter plaetse gen.t de Vrouwestraet, boven naest Gerit Willems, beneden naest Jan Geritse, str.de van de gemeyn straet tot de erve van Peter de Scheper en de vsz. vercooper. De cooper moet onderhouden 20 voeten Maesdijck (.).
Op 17-11-1670 (O.R.A. Heerewaarden nr 150) transp. Griet Robben, wed.e wijlen Rob Tonisz, met enen vercoren momboir, aen Reynder Jansz in allodium het gerechte 1/3 part van 3 1/2 hout lants op 't Eijlant van Vooren onder dese Gerechte, ter plaetse gen.t "het achterste middelste", dat door afflijvicheyt haren dochter Willemken op haer comp.te gesuccedeert is.
Op 6-12-1674 (R.A. Lith nr 65) transp. Mr. Huybert van Mare x Geertie Wouters aan Reijndert Jansse, onse president, 2 1/2 hout lants gel. binnen de heerl. Lith, ter plaetse gen.t de Houtrecht, in een meerder stuck van 5 hout met Jacob van Rossum, boven Jacob Wouters en beneden de femulaer, str.de van de kercksteegh tot de erve van d'erfgen. van Jurrian Sondagh en de vercoper heeft hierinne helmelinge vertegen tot behoeff des coper. De coper moet onderhouden 5 voeten maesdijck gel. onder de schouwe van Lith t'eynden Aert Gosens hoff, boven Jacob Wouters en Dirck Jansse, beneden Jacob van Rossum, item 2 voeten 13 quartier maesdijck bij 't gem. lant boven Jacob sone Wouter Dirck Jansse en beneden Jacob Geritse van Rossum (.).
Op 24-1-1675 (dito) transp. Henrick Ariens van Bommel x Dircxke Jansse Coppelaer aan Reyndert Janssen de helft van huys, erff en hoff gel. binnen de heerl. Lith, ter plaetse gen.t de Vrouwestraet, boven Reyndert Jansse, beneden de gemeyne voetpadt, str.de van Peter de Schepers hoff tot op de gemeene straet, voor 128 gld. Hij moet onderhouden de helft van 2 1/2 voet maesdijck etc.
Op 28-2-1676 (dito) hebben Reijndert Jansse ter eenre en Hawrixke Jansse ten overstaen van Lowijs en Cornelis (Coppelaer) Janssen, hare broederen t.a.s. aengegaen een erffdeylinge van 't huijs, erff, hoff en bogart a/d Vrouwestraet, twelck hen halff en halff toebehoorde en soo niet wel conde gebruyckt worden, soo hebben sij de raij getrocken en gedeijlt, voor eerst sal Reyndert Janssen hebben den bogart a/d bovenzijde en bovencant van de hoff, die anderhalve voet moet breder sijn als de benedensijde tot het huijs daer sij eenen hegh sullen leggen in 't gescheijt, het huijs comt voor vier voeten met den nuesen drop op d'erve van Reyndert Janssen en achter meer vlg. de raij en salt heele huys met de betimmerde erff en neusen drop haer, Hanrixken Jansse erffelijck toebehoren, achter schietende tot de straet, elck sal de schouwt verwaren teynde hunne erve. Ende hebben hierinne helmelinge vertegen den eenen tot behoeff des andere inne maniere des gewoonlijck sijnde, gelovende vorder de conditie van copinge vlg. de voorwaerde en van dijcke tachter volgen en dese deylinge naer te comen onder verbant naer rechten, alles sonder bedroch, arge ofte list. Is mede versproken, dat wanneer de perenboom doot is, die te naer straet van de raij geven ander in de plaets soo na mage comen.
Op 23-5-1678 (O.R.A. Heerwaarden nr 150) transp. Cornelis Robben, Metgen Robben met haeren gecooren momboir, Reijer Dircksz Pels, als man en momboir sijner huysvrouw Beliken Robben, en Jan Sori, als man en momboir sijner huysvrouw Teuntjen Robben, den hove haerl. gerechticheyt in 3 1/2 hout op 't Eylant van Vooren, ter plaetse gen.t "het middelst", waerboven naest geërft de Pastorije en beneden naest Jenneken en Aeltjen Crijnen, str.de van de hoff van Hermen Jacobsz van Dans totten sloot toe, aen Reynert Jansz tot Lidt, in allodium, voor 168 gld.
Op 21-10-1683 (R.A. Lith nr 66) bekent Reynder Janssen, nabuer en inwoonder alhier, out armmeester, 142 gld. schuldig te zijn aen de armmeesteren.
Op 3-11-1684 (dito) hebben Goortie, wed.e wijlen Reijnder Jan Sebers ter eenre zijde en Gerrit Reijnders, Megtelt en Margriet, dochteren van vn. Reynder Janssen, den selven Gerrardt hem mede sterckmakende voor sijne andere twee susters, m.n. Aertie (nota den 5-1-1685 is gebleken procuratie van Aertie vsz. tot Middelburgh in Zeelant voor notaris en getuygen gepass. den 13-11-1684) en Dircxken (is oock gecompareert en 't contract geteeckent) overcomen met malcanderen, dat Goortie sal hebben te betaelen aen de vn. voorkinderen eens ter somme van 75 gld. nu toecomende nieuwjaer 1685 precies, mits sal Goortie besitten ende houden in erfrecht alle de naergelaten goederen haer bij Reynder Janssen, haeren man, achtergelaten, soo van test. tocht en erfrecht, soodat Goortie sal alles behouden sonder dat de vn. kinderen daervan ijets meer op vn. wed.e, hare stiefmoeder, sullen hebben te pretenderen, hetsij in Maesewael, op de Cop van de Vooren ofte alwaaer iets mochte bevonden worden (.). Goortie moet de onkosten betalen. Zij zet haar merk. Ondertekend door Meggel Reijnders, Gerridt Sebers, Margriet Sebers en Dircxke Reynders Zeberts.
Op dezelfde dag (dito) heeft Goortie, wed.e wijlen Reijnder Janssen Sebers, wettelijck verkocht aen Henrick Dircksz van Reeck een hofken lants gel. in de heerl. Lith, ter plaetse gen.t "aen de Engwijck", dat zij op accoord heeft vercregen van de voorkinderen van Reijnder Jansen Sebers, haer man sal, boven naest geërft de cooper, beneden naest Leendert Leenders, str.de van de erve van de coper tot op de Baerwegh van de heeren Engh, sijnde vrij van lasten etc. uytgesondert de gerechte 2/3 parten van 11 voeten maesdijck ter twee plaetsen gelegen en vuytwijsende de erfdeijlinge van 8-4-1663 (.), voor 39 gld.
Op 10-6-1695 (O.R.A. Heerewaarden nr 151) hebben Geurtie Robben, wed.e wijlen Reynier Jansz Sepers, Maria en Willemijn Zepers, alle drie en yder int bysonder met haren gecoren momboir, alsmede Johan Eijckhout, ontfanger van de Convoijen en licenten op 't Fort Andries, momboir van 't onmondig kint Jan Sepers, vercogt aen Adriaen Ghijben 3 1/2 hout lants op 't Eylant van de Vooren, ter plaetse gen.t "het middelst", boven de pastorije, beneden de erven van Crijn Crijnsz den ouden, str.de voor van 't land van Adriaen Ghijben tot de hoff van de wed.e van Herman van Dans, voor 300 gld.
Op 24-6-1695 ging hun zoon Robbert Sebers te Amsterdam in ondertrouw met Cornelia Blaakert. Hij was van Lit, schoenmaeker, oud 26 jr, op de vleugel van de Antonissluijs, ouders doot, geass. met Cornelis Koningh
.

Generatie X

Jan Jansz Seberts(z), geb. circa 1595, koopman, ovl. na 17 mrt 1657.

Jan Jan Seberstsz verkocht in 1657 een stukje land in Lith "gelyck het hem van syne ouders is aengedeelt". Hieruit blijkt dus dat zijn vader Jan Seberts al land bezat in Lith.
(Rijksarchief Noord Brabant: Provinciaal Genootschap van K. & W. charters 1303-1845 akte 902) 6-10-1629: Nicolaas, zoon van wijlen Gerard de Bruyn, verkoopt voor schepenen van 's-Hertogenbosch een grondrente die Cornelis, zoon van Wouter Peters, bakker, hem 30 april 1622 had verleend uit drie woningen of kamers onder een dak, in de Postelstraat in 's-Hertogenbosch tussen het huis van van Jacques van de Leemputte enerzijds en het huis van Boudewijn Peterszn van der Santvoert en Jan Janszn van Beugen, kramer, anderzijds aan Jan, zoon van wijlen Jan Seberts, koopman in 's-Hertogenbosch, welke akte werd verleden voor schepenen Gijsbrecht Pieck en Johan van der Molen. Met nog een opdracht van dezelfde cijns, 6 oktober 1629.
(R.A. Lith nr 61) 3-8-1649: De kinderen van Jan Jacobsz van Nulant transp. aan Reynder, soone van Jan Jan Sebertsz, een huys, erve, hoff met alle sijn rechten gel. binnen de Heerlijkheyt Lith, ter plaetse genaemt aen de Vrouwestraet tussen erven boven naest Gerart Willems en beneden naest Gerart Jansz Coppelaer, str.de van de gemeenestraet op tot de erve van Peter Jansz van de Weerdt.
(R.A. Lith nr 62) 2-9-1656: Barbara Janssen, dochter van Jan Bloemstock, transp. aan Handrick Dircksz van Son de helft van 2 hout lants in de Heerl. Lith, ongedeijlt met Jan Seberts den Jonge ter plaetse gel. aen de Lange Achterstraet boven naest de wed.e van Peter Ariensz van Heeswijck, beneden naest Jan Handrick Reijnders, str.de van de brede wegh ofte gemeenestraet tot op de erve van Dirck Hanrick Janse.
[16-2-1657: ]Jan Seberts en Handrick Dirckx van Son accorderen en deylen seeckere hoff van 2 hout lants gel. in Lith aen de Lange Achterstraet, boven naest de wed.e van Peter Ariens van Heeswijck,beneden naest Jan Handrick Reijnders, str.de van de brede wegh ofte gemeenestraet tot op de erve van Dirck Hanrick Janse, welcke hun comp.ten halff en halff toecomt, wesende ongescheijden, waervan nu is dat Jan Seberts sal hebben de bovenste helf van de vsz. 2 hout lants en Handrick Dirckx van Son vn. de benedenste helft (R.A. Lith nr 62).
[17-3-1657: ]Handrick van Son en Jan Seberts transp. aan Peter Teunis Hortiens 2 hout land gel. in Lith, ter plaetse genaemd de lange achterstraet, boven naest de wed.e van Peter Ariensz van Heeswijck, beneden naest de erffgen. van Jan Joostensz, str.de van de breede wegh tot de graeff tussen de vsz. erve en d'erfve van Dirick Handrick Janse, Handrick van Son, gelijck hij het in erffcoop vercregen heeft en Jan Seberts, gelijck het hem van sijne ouders is aengedeelt (R.A. Lith nr 62) (Bron: H.M. Kuypers, Jacob v. Heemskercklaan 20, 2253 KJ Voorschoten)
.

Generatie XI

Jan Seberts, geb. circa 1565, ovl. voor 6 okt 1629.

Jan Seberts is de oudst bekende voorvader van de familie Sepers. Van hem is alleen bekend dat hij een stukje land bezat in Lith. Lith is een dorp aan de Maas in de provincie Noord-Brabant en wel in de Meierij van 's Hertogenbosch, ongeveer 7 km ten noord-westen van Oss.
Op 6 oktober 1629 wordt zijn zoon Jan in een akte voor schepen van 's-Hertogenbosch genoemd als zoon van wijlen Jan Seberts (Bron: H.M. Kuypers, Jacob v. Heemskercklaan 20, 2253 KJ Voorschoten)
.