Stamreeks Schelling
Stamreeks Schelling

Generatie I

Pieter Arie (Pieter) Schelling , geb. op 6 jul 1956 te Honselersdijk, ged. ned.hervormd op 26 aug 1956 te Honselersdijk, adm. medewerker en chef afd. buitenland bij de Amro Bank van 1974 tot 1978, woont vanaf 1976 te Rijswijk, buschauffeur bij Westnederland van 1978 tot 1987, buschauffeur, trambestuurder en planner bij HTM in Den Haag vanaf 1987, tr. op 2 jun 1976 te Rijswijk, kerk.huw. op 2 jun 1976 te Rijswijk (Oude Kerk) door Ds. P. Holst met Afgeschermd, dr. van Willem (Wim) Beekenkamp en Elizabeth (Bep) Sepers.

Generatie II

David (Daaf) Schelling , geb. op 25 okt 1923 te Zuid Beijerland, ged. op 11 mei 1924 te Zuid Beijerland, landarbeider, veilingknecht aan de groenteveiling te Honselersdijk, magazijnchef bij v.d. Knaap & Jurgens te Vlaardingen en bij de C.I.M. te Naaldwijk, woont tussen 1956 en 1961 te Honselersdijk, woont tussen 1961 en 1968 te Vlaardingen, woont vanaf 1968 te Naaldwijk, ovl. op 14 mrt 1983 te Naaldwijk, begr. op 18 mrt 1983 te Naaldwijk, tr. op 4 jan 1956 te Naaldwijk met

Lena (Lenie) Langenberg , dr. van Arie Langenberg en Jannetje Boers, geb. op 4 jun 1926 te 's-Gravenzande, ovl. op 3 nov 1998 te Honselersdijk, begr. op 7 nov 1998 te Naaldwijk.

Generatie III

Pieter Schelling , geb. op 27 apr 1884 te Numansdorp, arbeider en (thuis)kleermaker, woont van 15 mei 1903 tot 15 dec 1903  in de Kempenstraat 77 te Den Haag, hij was toen tramkoetsier, woont van 1911 tot 1944 in de buurtschap Zwartsluisje (gem. Zuid-Beijerland) in Huis B 197, in maart 1944 moest men het huis op last van de bezetters verlaten, woont vanaf 1944 te Naaldwijk, eerst in een verbouwde schuur bij tuinder van Nieuwkerk aan het Monsterschepad 1 en vanaf 1 februari 1947 aan de Druivenstraat 96, Pieter Schelling werkt thuis bij als kleermaker, ovl. op 8 sep 1953 te Naaldwijk, begr. op 12 sep 1953 te Naaldwijk, tr. op 27 apr 1911 te Zuid Beijerland met

Johanna Visser , dr. van Johanna de Regt, geb. op 18 sep 1888 te Zuid Beijerland (als Johanna de Regt), gewettigd tot Johanna Visser op 27 apr 1894 te Zuid Beijerland door het huwelijk van haar moeder met Cornelis Visser, ovl. op 12 feb 1974 te Naaldwijk, begr. op 15 feb 1974 te Naaldwijk.

Generatie IV

Gerrit Schelling , geb. op 2 dec 1844 te Klaaswaal, ged. op 12 jan 1845 te Klaaswaal, timmermansknecht, arbeider, woont van 1872 tot 1879 te Klaaswaal, woont van 1879 tot 1881 in huis 152 te Westmaas, woont van 1881 tot 1884 in huis B 96 te Numansdorp, woont van 1884 tot 1897 aan de Zuidzijde 324 te Nieuw-Beijerland, Gerrit Schelling werkte toen bij Dankert Sneep, woont vanaf 1897 in wijk B huis 63 (later 110) te Zuid-Beijerland, ovl. op 24 mrt 1924 te Zuid Beijerland, begr. op 27 mrt 1924 te Zuid Beijerland, tr. op 30 aug 1872 te Zuid Beijerland met

Lena Liefting , dr. van David Liefting en Sijgje Weeda, geb. op 5 mei 1850 te Numansdorp, ovl. op 7 aug 1911 te Zuid Beijerland.

Generatie V

Rochus Schelling, geb. op 13 mrt 1794 te Zuid Beijerland, ged. op 16 mrt 1794 te Zuid Beijerland, bouwman te Zuid-Beijerland en Klaaswaal, melkboer te Klaaswaal, arbeider aldaar, ovl. op 15 jan 1861 te Klaaswaal, tr. (1) op 19 apr 1821 te Zuid Beijerland met Adriaantje Duijmelaar, dr. van Arie Hendriksz Duijmelaar en Gieltje van der Giessen, geb. op 17 apr 1801 te Zuid Beijerland, ged. op 19 apr 1801 te Zuid Beijerland, ovl. op 29 apr 1834 te Klaaswaal.

Rochus Schelling was bouwman, eerst aan de Noorddijk 16 te Zuid-Beijerland op het ouderlijk bedrijf de hoeve "Klein Zuid-Beijerland". In 1831 vertrok hij naar de Bommelskoussedijk te Klaaswaal en in 1837 naar Numansdorp. Rochus Schelling was tevens ouderling, diaken en diakonie-armmeester te Klaaswaal. Op 16 januari 1835 (N.A. Klaaswaal, nots. J.C. van Andel) kocht Rochus Wz. Schelling bouwmanswoning no. 79 met 2.65 ha in Groot-Cromstrijen te Numansdorp. Op 30 december 1842 (N.A. Klaaswaal, nots. J.C. van Andel) verkocht Rochus Wz. Schelling aan Pieter Schouten, bouwman te Goudswaard, bouwmanswoning met 2.65 ha in Groot-Cromstrijen te Numansdorp voor f 2.600,=.

In de Memorie van Successie no. 4508 dd. 11-9-1848 m.b.t. nalatenschap van zijn schoonmoeder Gieltje van der Giessen wordt Rochus Schelling, melkboer te Klaaswaal, genoemd als voogd over zijn minderjarige zoon Willem Schelling verwekt bij wijlen zijn huisvrouw Adriaantje Duijmelaar,

tr. (2) op 10 okt 1835 te Klaaswaal met Lijntje Visser, dr. van Jan Laurensz Visser en Aalbertje Jansdr Lagestee, geb. op 27 jan 1803 te Klaaswaal, ged. op 6 feb 1803 te Klaaswaal, ovl. op 7 nov 1836 te Numansdorp,

tr. (3) op 12 mei 1839 te Numansdorp met

Lijntje in 't Veld, dr. van Lijntje in 't Veld, geb. op 19 sep 1817 te Strijen, ged. op 23 nov 1817 te Strijen (getuige: Neeltje Buitendijk), dienstbode (1817), ovl. op 23 nov 1890 te Klaaswaal.

Memorie van Successie no. 4563 tafel V-bis van 1861: Rochus Schelling, arbeider te Klaaswaal, overleden Klaaswaal op 15 januari 1861, in leven gehuwd met Lijntje in 't Veld, laat kinderen achter (benoeming voogden over minderjarigen dd. 6 februari 1862). Certificaat van onvermogen, d.w.z. geen successierechten verschuldigd.

Generatie VI

Willem Rochusz Schelling, geb. op 29 nov 1761 te Klaaswaal, ged. op 6 dec 1761 te Klaaswaal, bouwman te Zuid-Beijerland, heemraad van Klein Zuid-Beijerland (1796-1828), dijkgraaf van Klein Zuid-Beijerland (1828-1835), ouderling (1809-1817), diaken (1811-1817), lid van het gemeentebestuur, ovl. op 11 mrt 1835 te Zuid Beijerland, tr. op 28 mei 1792 te Mijnsheerenland ((recht f 30.0.0)) met

Pietertje Leendertsdr de Jong1, dr. van Leendert Jansz de Jong en Catharina Philippusdr van der Bom, ged. op 21 jul 1771 te Mijnsheerenland, ovl. op 16 jul 1843 te Zuid Beijerland.

Willem Rochusz. Schelling was bouwman op de hoeve "Klein Zuid-Beijerland" aan de Noorddijk (ook wel Moffendijk) te Zuid-Beijerland. Willem Schelling werd opgevolgd door zijn oudste zoon Rochus (tot 1830) en na het overlijden van zijn weduwe Pietertje de Jong in 1843 door de jongste zoons Jacob en Arie Schelling.
In 1810 komt Willem Schelling voor op de lijst van de 600 hoogst aangeslagenen in de belasting van Zuid Holland (1215 francs).
Op 27 september 1835 werd bij onderhandse akte de nalatenschap van Willem Schelling gescheiden. Het vruchtgebruik kwam hierbij aan de kinderen
.

Op 11 juni 1843 (N.A, nots. H.W. Los) werd het testament opgemaakt van Pietertje de Jong, waarin zij aan haar zoon Rochus Schelling het "regt en gebruik van bewaring" vermaakt van huis e.d. aan dijk Klein Cromstrijen te Klaaswaal. Het huis en de schuur werd eigendom van Jacob Schelling. Op 4 september van datzelfde jaar werd de inventaris van haar nalatenschap opgemaakt. Op 7 mei 1844 vond de openbare verkoping plaats van paarden, beesten, bouw- en melkgereedschappen bij wijlen de weduwe Schelling aan de Moffendijk. Op 28 augustus 1844 volgde de boedelscheiding van Pietertje de Jong.

Generatie VII

Rochus Arysz Schelling, geb. op 11 jun 1705 te Klaaswaal, ged. op 14 jun 1705 te Klaaswaal (getuige: Neeltje Leenders Sneukelaar), bouwman te Klaaswaal, ovl. op 14 nov 1786 te Klaaswaal, begr. op 18 nov 1786 te Klaaswaal, tr. op 11 mei 1738 te Heinenoord met

Neeltje Jansdr Troost, dr. van Jan Jacobsz Troost en Maartje Willemsdr Kennis, ged. op 3 okt 1717 te Heeroudelandsambacht (getuige: Ariaentie Jacobs Troost), wonend in 1738 te Heinenoord, ovl. op 19 feb 1776 te Klaaswaal, begr. op 23 feb 1776 te Klaaswaal.

Rochus Schelling was tevens Dijkgraaf van de polder "Oud-Cromstrijen met Oud-Beijerland bedijkt" en hij gebruikte land in Klein- en Oud-Cromstrijen.
In de Ned. Herv. Kerk te Klaaswaal bevindt zich een zilveren doopbekken, door de kinderen van Rochus Schelling en Neeltje Troost geschonken in 1787.
In dit doopbekken zijn de tegen elkaar leunende wapens van de familie Schelling en Troost gegraveerd met daaronder de tekst:
Ter Gedachtenis van Rokus Schelling en Neeltje Troost.
Op de onderzijde van het doopbekken:
Ten gebruike.
van't bondzegel des.
H.doop uit de Nalatenschap.
en ter gedachtenis van Rokus.
Schelling in leven Dijkgraaff van.
Oud-Cromstrijen met Beijerlandt bedijkt.
obiit 14 November 1786 oud 81 Jaaren 5.
Maanden zijn huisvrouw Neeltje.
Troost obiit 19 Februarij 1776.
oud 58 Jaaren 5 Maanden.
Aan de Diaconie verEert door deszelfs Kinderen als erfgenamen Arij Schelling Gehuwt met Aaltje Schrijver / Willem van der Stoep gehuwt met Maartie Schelling Jan Schelling Gehuwt met Bastiaantje Niemansverdriet / Jacob Schelling Gehuwt met Lysebet Vos Klaas Schelling Gehuwt met Jannetije de Koning / Willem Schelling Gehuwt met Pietertie de Jongh.
En op dezelfde rand van de onderzijde:
En zijn deself Kindere het Eerst er uyt Gedoopt en genaamt Barbara en Adriana twelinge op den 28 Meij Geboore. Gedoopt den 3 Junij 1787 / in de Diaconie van Klaas Waal. Overgegeve op 2 Junij 1787.
Deze doopschaal wordt heden ten dage nog steeds gebruikt in deze in 1993/1994 fraai gerestaureerde kerk van Klaaswaal
.

Generatie VIII

Ary Claesz Schelling, ged. op 27 jul 1669 te Westmaas (getuige: Mayken Ariens), bouwman aan de Danserweg onder Klaaswaal, schepen en ouderling te Klaaswaal, heemraad van Cromstrijen, Strienmond en Greup, heemraad van Oud Beijerland, diaconie-armmeester, dijkgraaf van Oud Cromstrijen, wonend te onder Klaaswaal Oud Cromstrijen, ovl. op 2 apr 1762 te Klaaswaal, tr. op 24 jun 1696 te Numansdorp met

Barber Pietersdr Groeneweg, dr. van Pieter Rochusz Groeneweg (Groenevelt) en Annigje Heijmansdr Cappeteijn, ged. op 28 okt 1668 te Numansdorp, ovl. op 18 dec 1720 te Klaaswaal.

(Bron: familie-aantekeningen, zie brief dd. 20.4.1914). Op 14 maart 1701 compareren Ari Claesse Schellingh en Barbera Pieters Groenewegh, echtelieden wonende te Claeswael, voor notaris Jacob van Bijemont te Claaswaal. Schellingh in redelijke gesontheid, sij siek te bedde leggende, benoemen elkaar tot erfgenamen. De langstlevende sal de kinderen opvoede tot de mondige dage en hen eens in allen f 20.0.0 uitkeren. Zij beiden benoemen tot voogt zijn broeder Johannis Claesse Schelling (R.A. Cromstrijen 51-1701).

Generatie IX

Claes Jansz Schelling, geb. circa 1625 te Westmaas, schoenmaker en schepen te Westmaas, belijdenis gedaan in 1648 te Westmaas, ovl. na 1673 te Westmaas, tr. (1) op 27 okt 1649 te Westmaas met Leijgje (Sijgje) Pauwels, dr. van Pauwels Pleunen Spruyt en Bastiaentje Cornelisdr in 't Velt, geb. circa 1625 te Westmaas, ovl. voor 1665 te Westmaas.

Lidmatenregister Westmaas 1651-1653: "Claes Jansz. Schellingh en Leijghje Pauwels syn huijsvrouw".
R.A. Strijen 29.6.1654: Claes Jansz. Schellincx is erfgenaam van Janneke Aarts, die lest huijsvrouw was van Jan Pietersz. Schellincx. Transport van saeilant aen en t.b.v. Huijgh Gerrits Melieff
,

tr. (2) op 18 apr 1665 te Westmaas met

Ariaentje Ariens de Zeeuw, dr. van Aryen Pieters de Zeeuw en Janneken Pieters Cramer, ged. op 4 mei 1631 te Rijsoord (getuigen: Arien Aerdtz en Roockien Ariens), wonend in 1665 te Westmaas.

Generatie X

Jan Pietersz Schelling, geb. circa 1588, schoenmaker te Westmaas, begr. op 5 mrt 1667 (f 6.15.0) (Bron: Kerkarchief Mijnsheerenland, kerkvoogdij rekening nr. 16 Westmaas (Streekmuseum Heinenoord)) te Westmaas, tr.(1) met Jaepje Thonis, dr. van Anthonie Huigensz en Ingetjen Gerritsdr, ovl. voor 10 okt 1626,

tr.(3) met Jannetje Aertsdr Spruijt, dr. van Aert Sebastiaensz Spruyt en Tuentge Symensdr, geb. circa 1600 te Barendrecht, ovl. voor 29 jun 1654.

Op 3 juni 1650 maken Jan Pietersz Schellinck en Jannigje Aarts Spruijt hun testament en dispositie van uiterste wille bij notaris Johannes Schoolmans:
Jan Pietersz Schellinck vermaakt aan de armen van Westmaas f 100; aan Arie en Beatricx Pieters, zijn broeder en zuster van halve bedde f 100; en aan zijn zonen Claas en Johannes f 600. De schoenmakerij gaat naar zoon Claes Schelling. Jannigje Aarts Spruijt vermaakt aan de armen van Westmaas f 200.29 juni 1654 (R.A. Strijen): Claes Jansz. Schellincx is erfgenaam van Janneke Aarts, die lest huijsvrouw was van Jan Pietersz. Schellincx. Transport van saeilant aen en t.b.v. Huijgh Gerrits Melieff
,

tr.(2) met

Marieke Claesdr Melcker, dr. van Claes Ariaens Melcker en Heijltje Willems, geb. circa 1600.

1-8-1630 (R.A. Heeroudelandsambacht 1-1630): Jan Pietersz, schoenmaeker, man en voogd van Marijtje Claes en wonend te Westmaas. Hij wordt voogd over de drie nagelaten weeskinderen van Jan Claesz Melcker.

Generatie XI

Pieter Lambrechtsz Schelling, geb. circa 1565, schout (1616-1621) en schepen (1622) van Strijen, pachter van de wijn- en bieraccijns (1614-1622), pachter van de grove waren (1616, 1619), pachter van de turfton (1620, 1637), pachter van recht van de waag (1616/22, 1635/37), ovl. circa 1638 waarschijnlijk te Strijen, tr.(2) met N.N..

Waar stamvader Pieter Lambrechtsz Schelling vandaan komt is nog steeds een vraagteken. Als hij even voor 1600 opduikt in Strijen wordt hij vaak al genoemd met de achternaam Schelling. Hij wordt aangesteld als schout en later als schepen en is gehuwd met een predikantsdochter, hij is dus geen arbeider rondzwervend op zoek naar werk maar zeker een man van aanzien. Vermoedelijk kwam hij uit de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) aangezien de naam Schelling daar al voorkwam, maar dit is louter speculatief en behoeft nog verder speurwerk in de archieven. Daarnaast komt in Brabant in dezelfde periode de landmeter Daniël Schellincx voor maar met hem is nog geen verbinding aantoonbaar.
Mogelijk is Pieter Lambrechtsz Schelling identiek met Pieter Lambrechtsz den Excellente die wij in 1599 tegenkomen in de rekeningen van de polder het Land van Es: "Over huijre van een kamer voor de hellebaerdiers aan Pieter Lambrechtsse den excellente betaelt bij ordonnatie van den eersten julij 1599 de somme van £ 18" (Archief Polder Land van Es no. 162 1599, in het archief van het Waterschap De Grote Waard te Klaaswaal).
De geboortejaren van zijn zoons Jan en Pieter kunnen we herleiden uit onderstaande akte:
Pieter Lambrechts Schellincx, weduwnaar van wijlen Trijntje Jans, ter eenre en Jan Pietersz. oud omtrent 24 jaar, geassisteerd met Arnoldus van der Swalme, dienaar des Goddelijk woord tot 's-Gravenzande als man en vooght van Lijsbeth Jansdr, sijne oom van moederszijde en Claas van der Swalme, als oom van Pieter Pietersz, oud 18 jaar, beide kinderen van Pieter Lambrechts Schellincx bij Trijntje Jans (Weeskamer Strijen 1 dd. 21-3-1612)
.

Dat Pieter Lambrechtsz tweemaal getrouwd is geweest kan geconcludeerd worden uit het testament van zijn zoon Jan Pietersz, deze spreekt namenlijk over zijn broeder en zuster van "halve bedde"; stiefbroer en stiefzuster dus: "testament en dispositie van uiterste wille van Jan Pietersz. Schellinck en Jannigje Aarts Spruijt. Jan Pietersz. Schellinck vermaakt aan Ary en Beatricx Pieters, zijn broeder en zuster van halve bedde f 100" (N.A. Dordrecht dd. 3 juni 1650, nots. Johannis Schoolmans),

tr. (1) circa 1585 met

Catharina (Trijntje) Jansdr Lievens (Levinus), dr. van Jan Lievens (Levinus), ovl. voor 21 mrt 1612 waarschijnlijk te Strijen.